De presentietheorie in een notendop:

Het draait om:

De relatie met de zorgontvanger, niet met jezelf bezig zijn, maar met de ander.

Belangrijk:

Niet enkel de professionele voorschriften bepalen wat er gedaan wordt.

Het uitgangspunt:

Er mag aan het lijden van de zorgontvanger geen lijden toegevoegd worden door het handelen van de zorgverlener.

Vraag aan een patiënt, cliënt of bewoner:
‘Wat kan ik voor je doen én wie mag ik daarbij voor je zijn?’ (of omgekeerd). Er staat geen moeten in deze vragen, want het kan en mag.

Valkuilen:

We zijn snel geneigd om dingen te voorspellen, dat we dingen aannemen en voor waarheid houden, omdat het steeds zo was. Maar de ene dag is de andere niet en niets is zo wispelturig als de mens.

Het resultaat als zorgverleners werken volgens de presentietheorie:
Zorgontvangers voelen zich werkelijk geholpen. Ze worden niet verlaten, ook al zijn er niet direct oplossingen voor de problemen.

Voor meer achtergrondinformatie over de presentietheorie verwijzen wij u naar:

  • het boek van Andries Baart en Mieke Grypdonck :
    Verpleegkunde en presentie, 2008, Lemma, Den Haag
     
  • en naar Stichting Presentie.